Nederland en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) verstedelijken de komende decennia in rap tempo. In het regeerakkoord is opgenomen dat er jaarlijks 100.000 woningen gebouwd moeten worden. Het Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 (MTB 2040) onderzocht welke opgave voor mobiliteit deze verstedelijking met zich meebrengt. Uit deze analyse blijkt dat Rijk en regio scherpe keuzes moeten maken, willen we de MRA aantrekkelijk en bereikbaar houden en doelen op het gebied van duurzaamheid en brede welvaart behalen. Scherpe keuzes op het gebied van beleid en op het gebied van investeringen in infrastructuur. Het MTB 2040 is opgesteld als aanzet voor de te maken keuzes. Het omvat zes sturingsprincipes, enkele essentiële afwegingen daarbij en een globaal faseringsplan met een aantal stappen.

Op 7 juli 2022 zijn het Rapport 'Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040' en de Analyserapportage 'Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040' gepubliceerd. Deze geven meer informatie over onder andere de zes sturingsprincipes. Op deze pagina leggen we uit hoe deze tot stand zijn gekomen en sluiten we af met een korte uitleg over deze zes principes. 

Aanleiding

In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) komen er tot 2040 250.000 woningen bij en groeit de werkgelegenheid met 230.000 arbeidsplaatsen. Hiervan worden al 175.000 woningen tot 2030 gerealiseerd. Naast deze groeiopgave staat de MRA voor de uitdaging om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten en in 2050 95% (de klimaatdoelen van de Europese Klimaatwet). Tevens willen Rijk en regio brede welvaartsdoelen behalen. In 2020 is een Netwerkstrategie voor de MRA opgesteld. Op basis van dit onderzoek is in het bestuurlijke overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) besloten om te gaan werken aan een schaalsprong in het openbaar vervoer, de doorstroming op het wegennet en het aangrijpen van de kansen voor de (e-)fiets. Ook is besloten om een Multimodaal Toekomstbeeld uit te werken.

Verder onderzoek was nodig

Voor de ontwikkeling van het multimodale toekomstbeeld zijn vijf werksporen – gestoeld op de thema’s van de netwerkstrategie – doorlopen.

1. Verbeteren en uitbreiden van hoogwaardig ov

Het regionale hoogwaardig openbaar vervoersysteem (HOV) wordt verbeterd en uitgebreid om ruimte te maken voor het (inter)nationaal spoornetwerk en voor de ontsluiting van nieuwe ontwikkelgebieden, zoals bijvoorbeeld Haven-Stad en Almere Pampus. Dit is nodig omdat het huidige ov-systeem de toekomstige mobiliteitsgroei niet kan opvangen. De resultaten van het werkspoor zijn verzameld in de rapportage Werkspoor Openbaar Vervoer.

2. Soepel overstappen op hubs en ov-knopen

In de Netwerkstrategie worden drie netwerksystemen in de MRA onderscheidden. Namelijk het verstedelijkte gebied waar openbaar vervoer, lopen en fiets sterk ontwikkeld zijn; het gebied tussen steden waar de trein de belangrijkste modaliteit is; en overige plekken waar de auto nog een grote rol speelt. Reizigers moeten soepel kunnen schakelen tussen die systemen, dus kunnen overstappen op andere vervoersmiddelen. Daarvoor zijn hoogwaardige stedelijke en regionale hubs nodig. De resultaten van het werkspoor zijn verzameld in de rapportage Werkspoor Hubs.

3. Potentie van de fiets

De fiets speelt een cruciale rol in het functioneren van het gehele multimodale systeem. En heeft daarmee een belangrijk aandeel in het in beweging houden van de hele MRA. Kijk naar de e-bike: het gebruik daarvan heeft een enorme vlucht genomen. Fietsen is niet meer een lokaal ‘dingetje’ tot maximaal 7 kilometer. Concreet is het voorstel om regionale doorfietsroutes te voltooien, de fietsroutes naar ov-knooppunten en ov-knooppunten aantrekkelijker te maken met bijvoorbeeld betere fietsparkeerplekken. Zo verbetert de reis van deur-tot-deur. De resultaten van het werkspoor zijn verzameld in de rapportage Werkspoor Fiets.

4. Mobiliteitstransitie

Er volgde meer onderzoek naar de mobiliteitstransitie, waaronder de invloed van flexibel werken en slim reizen dat door corona een vlucht heeft genomen. Dit heeft invloed op de mobiliteitsopgaven in de MRA. Het team van de programmalijn Uitvoeringsagenda van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid werkt ook aan het verankeren van deze gedragsverandering. In 2021 werd onderzocht wat de mogelijke effecten en kansen van gedragsverandering zijn op de bereikbaarheid van de regio op de lange termijn. De resultaten van het werkspoor zijn verzameld in de rapportage Werkspoor Mobiliteitstransitie.

5. Herontwerp van het wegennet rond Amsterdam (redesign wegen)

Ook is onderzoek gedaan naar een herontwerp van het wegennet rond Amsterdam. Onderdeel hiervan is een onderzoek naar de mogelijkheden om verkeer dat niet in Amsterdam hoeft te zijn, ruimer om de stad te kunnen leiden. Bijvoorbeeld via de A5 en de A9. Zo ontstaat er meer ruimte op de huidige ring A10, doordat het doorgaande en regionale en lokale verkeer niet meer samenkomen. Maar dit lost niet alle (toekomstige) knelpunten op. In het nieuwe ontwerp gaan we ook andere voorstellen doen om het (hoofd)wegennetwerk nog optimaler te laten functioneren, ook voor de belangrijkste N-wegen en de corridors in de richtingen van Leiden/Den Haag en Alkmaar. De resultaten van het werkspoor zijn verzameld in de rapportage Werkspoor Redesign Wegen.

Zes sturingsprincipes van het MTB

Op basis van de opbrengsten van de werksporen presenteert het MTB 2040 een mix van maatregelen om de groei in de regio op te kunnen vangen. Maatregelen die bestaan uit slimme beleidsinterventies, slim investeren en slim verstedelijken. Deze zijn uitgewerkt in zes samenhangende sturingsprincipes. Sturingsprincipes die elkaar niet alleen beïnvloeden, maar ook allemaal nodig zijn om de regio bereikbaar te houden. Tezamen vormen ze een belangrijke basis voor concrete maatregelen die Rijk en regio de komende jaren gaan uitwerken.

Principe 1: Afremmen en spreiden mobiliteitsgroei

Om doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en leefkwaliteit te halen en om netwerken beter te laten functioneren, is het noodzakelijk de mobiliteitsgroei af te remmen en te spreiden (over de dag). Zo zal de groei ten opzichte van een situatie waarin we ‘niets aanvullends doen’ in 2040 met 20% moeten afnemen. Dit vraagt om een mobiliteitstransitie met forse beleidsmaatregelen, een werkgevers- en onderwijsaanpak en het toepassen van prijsprikkels.

Principe 2: Stem verstedelijking nog beter af op de kwaliteit van de bereikbaarheid en nabijheid 

Het is van cruciaal belang om het tempo van de verstedelijking en bereikbaarheid en het moment waarop verschillende locaties ontwikkeld gaan worden goed op elkaar af te stemmen. Essentieel is dat de groei van de werkgelegenheid beter gespreid wordt over de regio.

Principe 3: Verbeter stedelijke en regionale fietsnetwerken

Om doelen rond goede en gezonde leefkwaliteit en duurzaamheid te behalen, is investeren in het fietsnetwerk en -gebruik cruciaal. Fietsen is immers naast lopen de meest ruimte-efficiënte en duurzame vorm van mobiliteit. De e-bike en speed pedelec bieden een mooi alternatief voor verplaatsingen tot 20 kilometer met de auto en het openbaar vervoer.

Principe 4: Schaalsprong OV door stapsgewijs ontvlechten van openbaar vervoer 

De verstedelijkingsopgave en het inzetten op stevige beleidsmaatregelen betekent extra druk op het openbaar vervoer. De beste manier om veel meer capaciteit te creëren in het openbaar vervoer en de betrouwbaarheid te verbeteren, is het zo veel mogelijk ontvlechten van lokale, regionale netwerken en het (inter)nationale netwerk. Dit kan worden bereikt door te investeren in het hoofdrailnet, HOV-netwerk (o.a. bus rapid transport) en metronet.

Principe 5: Ringen draaiende houden

Ook in de toekomst blijft het belangrijk de ringen te laten draaien, zodat we het autoverkeer in de MRA kunnen blijven sturen. Beide ringen (A10 en A5/A9/A10-noord) zijn nodig voor een goede verkeersafwikkeling en moeten blijven draaien.

Principe 6: Ontwikkel één of twee regionale hubs per corridor

Hubs dragen bij aan het leefbaar houden van onze steden en aan een afname van het aantal autokilometers. Dat betekent lagere emissies en betere doorstroming op het wegennet. De mobiliteitstransitie (afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei) is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle hub-strategie (principe 1). Een succesvolle hub-strategie zet per corridor in op twee locaties die kansrijk zijn; dichtbij en verder van de stad/steden. Het gaat om vijf corridors van de A9, A7, A1, A2 en A4. 

Maatwerk, aanscherpen en aanvullen in 2022

Wanneer we de sturingsprincipes gaan uitwerken en toepassen, is het belangrijk om met elkaar te bepalen wat de beste mix is van maatregelen. Noodzakelijk hierbij is maatwerk. Afhankelijk van het type gebied en type verplaatsing kunnen de principes op verschillende manieren worden toegepast. Tegelijkertijd laat de omvang van de opgave en de afhankelijkheid tussen maatregelen zien hoe belangrijk het is om als Rijk en regio samen op te trekken. De uitwerking van de principes kan daarom niet te vrijblijvend zijn. Het is belangrijk om met elkaar af te spreken dat in vergelijkbare gebieden de sturingsprincipes op een vergelijkbare manier worden uitgevoerd. Hierbij moet wel de flexibiliteit zijn om de type maatregelen af te stemmen op de lokale situatie als dit leidt tot het gewenste effect. 

In 2022 gaat het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) de zes sturingsprincipes dus verder aanscherpen en aanvullen. Om vervolgens draagvlak voor de principes te krijgen en op zoek te gaan naar (deel)regionaal maatwerk, gaan we met de deelregio’s van de MRA in gesprek. In dit gesprek staan de opgave en onderzoeksvragen per deelregio centraal. Deze informatie gebruiken we voor de deelregionale plannen van aanpak die we mogelijk in 2023 opstellen en uitvoeren.