De Vervoerregio Amsterdam is voor velen in deze sector een bekend samenwerkingsverband, maar om echt goed te weten hoe het er daar aan toe gaat kan je natuurlijk het best spreken met een van de dagelijkse bestuursleden. Dit bestuur bestaat uit drie wethouders met de portefeuille verkeer en vervoer uit de regio, en Marja Ruigrok is daar voor de derde achtereenvolgende periode onderdeel van (momenteel als vicevoorzitter). Met veel enthousiasme en op een ontspannen manier vertelt zij over de opzet, de invulling en de belangrijke dossiers waar de regio zich mee bezighoudt, en doet ze belangrijke aanbevelingen voor de komende tijd.
Doelstellingen en taken van de Vervoerregio
“De grootste taak van ons als Vervoerregio is het organiseren van het openbaar vervoer, dus wij regelen de aanbestedingen en concessies met de verschillende partijen in onze regio”, vertelt Marja. “In het noorden van de regio voert EBS het busvervoer uit, in het zuiden van de regio Connexxion en in Amsterdam rijdt GVB de bus, metro en tram. Daar gaat ook een groot deel van ons budget naartoe, zo’n 260 van de 620 miljoen. Maar onze verantwoordelijkheden reiken verder, want we richten ons ook op de verkeersveiligheid, het beheer en onderhoud van railinfrastructuur en de uitbreiding en verbetering van lokale infrastructuur. Denk aan fietspaden en bruggen, maar ook aan wegverbredingen.” Ook benadrukt ze de inzet op toegankelijkheid voor mensen met fysieke beperkingen, en de invloed die woningbouw heeft op deze opgaven. Ik zeg altijd: als je er niet kunt komen, kan je er ook niet wonen. Dus als er nieuwbouw komt, bekijken we welke vormen van openbaar vervoer daarbij passen. Het is niet nodig om overal een tram of metro aan te leggen, maar een busverbinding is vaak wel het minimum. We proberen dan om binnen een heel verzorgingsgebied van zo’n wijk samen te werken, zodat de bereikbaarheid maximaal goed georganiseerd kan worden.
Ik zeg altijd: als je er niet kunt komen, kan je er ook niet wonen.
Bij al deze opgaven werkt de Vervoerregio intensief samen met andere organisaties, zoals vervoerders, gemeenten, de provincie Noord-Holland, het Rijk en de spoorwegsector. En uiteraard ook binnen het gebiedsgerichte Samen Bouwen aan Bereikbaarheid-programma. “Dat is erg prettig, want je zit daardoor met Rijk, regio en andere partners al eerder aan tafel, je start samen trajecten. Niet pas als er iets besloten wordt of de portemonnee moet worden getrokken.”
Vluchten verminderen, maar bereikbaarheid verhogen
Een belangrijke partner waar specifiek de Vervoerregio Amsterdam mee samenwerkt, is de luchthaven Schiphol. Marja spreekt hierbij over een zeer plezierige samenwerking. “De luchthaven zet vol in op betere bereikbaarheid, juist ook aan de landzijde. Dan heb je het over het verbeteren van internationaal treinverkeer en het doortrekken van de metro, waardoor er ruimte komt in de Schipholtunnel. Ook is er een fietstunnel waar fietsers doorheen kunnen.” Als de Noord/Zuidlijn vanuit Amsterdam Zuid wordt doorgetrokken, kan er worden toegewerkt naar de vermindering van het aantal korte vluchten (minder dan 700 kilometer). “Maar we hebben het natuurlijk ook over een gezondere leefomgeving, en dat gaat dan niet alleen over uitstoot verminderen maar ook over geluidsoverlast. We zijn heel blij dat daar nu ook duidelijkheid vanuit het kabinet over is.”
Doorlopende programma’s en constante commitment
“De concrete samenwerking binnen SBaB is erg prettig, omdat we met z’n allen bezig zijn met het toekomstbeeld voor de komende decennia. De inzet en ambitie hierbij is voornamelijk om ervoor te zorgen dat de doorstroming en bereikbaarheid in de Metropoolregio Amsterdam goed op orde blijven. En met onze Rijk-Regio projecten dragen we daaraan bij.” Marja doelt hierbij op projecten zoals ‘Spreiden en mijden’, die geen begin- of einddatum hebben maar altijd relevant blijven. “Minder in de spits reizen is positief voor de bereikbaarheid van de regio. Daarom proberen we afspraken te maken met werkgevers over bijvoorbeeld werktijden, of meer mensen op de fiets naar werk laten komen. Daarnaast heb je grotere projecten waarin we samen optrekken, zoals Zuidasdok en het verlengen van de Noord/Zuidlijn. Bij deze projecten krijgen wij als bestuurders steeds meer inzichten in wat voor voorwerk er allemaal in die projecten gaat zitten, wat de samenwerking enorm bevordert.”
Er zijn natuurlijk ook zaken die stroever verlopen, al was het maar omdat er maar beperkt capaciteit, middelen en geld beschikbaar zijn en de noodzaak voor onderhoud en beheer heel groot is. Het Rijk werkt daarom aan een afwegingskader voor projecten, op basis waarvan prioriteiten kunnen worden gesteld. De Tweede Kamer is inmiddels ook bezig met het behandelen van dit kader, en Marja waardeert de duidelijkheid die uit het kader zal volgen. “Hoe concreter hoe beter is mijn credo, dat moet je constant bewaken tijdens deze trajecten. Daarom zetten we in op nog bredere samenwerking, ook met de verschillende departementen binnen het Rijk. Het zou mooi zijn als die departementen elkaar nog beter onderling vinden, zoals de partners in onze regio dat ook doen. Wij zoeken elkaar op, ondanks dat we allemaal een andere rol hebben. Daardoor voorkomen we dat we op eigen eilandjes dingen gaan bedenken. Die manier van werken wordt eigenlijk heel mooi samengevat in de naam van dit programma: samen bouwen aan bereikbaarheid. Dat is gewoon de kern van wat wij graag willen!”